Het maken van natuurwijn gebeurt in 3 stappen.
- Allereerst is het belangrijk dat de wijnvelden zo natuurlijk mogelijk worden bewerkt.
- Het natuurlijk proces stopt hier niet maar wordt voortgezet in de kelder (de cave),
hier gisten de druiven en wordt de wijn gemaakt
- Ten laatste wordt er bij het bottelen geen enkele of zeer weinig bewaarmiddelen toegevoegd,
wat normaal gezien wel gebeurt bij de meeste wijnen.
- Bij het bewerken van wijnvelden zijn pesticiden, sproeistoffen en kunstmest uit den boze!
- Het ecologisch evenwicht wordt terug hersteld doordat de natuurlijke vijanden van nefaste indringers de pesticiden vervangen.
Vervolgens moeten de wijnranken worden gesnoeid. Dit gebeurt in de periode van januari tot eind maart en wordt ook volledig manueel gedaan.
- Het oogsten gebeurt zeer kritisch. Er mogen geen rotte druiven worden geplukt en er wordt geplukt als het suikergehalte voldoende hoog is
en als de tannines van de druiven net rijp genoeg zijn.
- Het wijngaardwerk is het belangrijkste werk. Verder is het de kunst om in de kelder deze mooie grondstof te begeleiden tot een mooie natuurwijn.
Dus enkel tussenkomen waar broodnodig nodig.
- Er worden NOOIT gistcellen toegevoegd. Met de artificiële (= kunstmatige) gistcellen wordt getracht een bepaald aroma te beklemtonen.
Deze eentonigheid in smaken tracht men bij natuurwijnen te voorkomen, de rijkheid aan aroma’s is juist belangrijk om harmonieuze fruitige wijnen te creëren.
- Indien er maar een kleine hoeveelheid druiven is, zoals de chardonnay, dan wordt die door vrouwenvoeten gekneusd.
De kleine hoeveelheid maakt het zware perswerk overbodig en hiermee wordt dan ook een mooie traditie in ere gehouden
- Aangezien er gedurende het rijpingsproces NOOIT gistcellen worden toegevoegd,
is de tijdsduur van dit proces moeilijk te voorspellen; de natuur is dan ook onvoorspelbaar.
- De wijn wordt voor een groot deel in eiken tonnen gerijpt omdat de wijn dan zeer langzaam kan ademen, dit bevordert het rijpingsproces. De tonnen worden voortdurend herbruikt in een soort rotatie.
De smaak wordt hierdoor mooi afgerond, niet te hoekig, en na lange rijping is de wijn klaar om te drinken alsook om lang te bewaren.
- Sulfiet zorgt er zogenaamd voor dat er niets kan misgaan bij de evolutie van de wijn op de fles. Het veroorzaakt echter een vervlakking van de smaak en doodt de fruitimpressie en net daardoor gaat er juist veel mis. Dit wil men tegengaan bij natuurwijn.
- Overdadig gebruik van sulfiet veroorzaakt ook hoofdpijn.
Aangezien bij natuurwijn geen sulfiet wordt toegevoegd kan je de volgende dag fris als een hoentje het bed uit.
Je wordt wel nog dronken van de wijn.
- Omdat er geen sulfiet in de wijn zit, moet de wijn bewaard worden bij een temperatuur lager dan 14 °C.
Indien je sulfietloze wijn te warm bewaart dan loop je het risico dat de evolutie van de wijn te snel gaat, en hij te vlug veroudert.
In tegenstelling tot wat men denkt, bewaart goed gemaakte (natuur)wijn beter en zeer lang.
Na botteling en in zijn jeugd kan de wijn evenwel zeer nerveus zijn. De wijn is als het ware een beetje boos na botteling. Dit verbetert na zes maand tot een jaar. Caraferen is dan de boodschap.
- De wijnstokken hebben een gemiddelde leeftijd van 35 jaar.